Ook morgen schijnt de zon.

Het is wel afzien hier, dat zeg ik je.

Gisteren op de fiets naar Burgos gereden. Daar hebben we de kathedraal bezocht. En die was de moeite waard. Moest ik de “grand tour” door de kathedraal in 2014 nog overslaan, nu was er tijd. En dat heb je ook nodig. 

We hebben niet alle geluidsfragmenten afgeluisterd omdat we het na 1,5 uur wel een beetje beu werden. Kort samengevat bestaat de kathedraal uit een hoofdgedeelte en is die daarna diverse keren uitgebreid en aangepast voor allerlei kapellen rondom het middenschip. En bij elke aanpassing of kapel ontvingen via de meegekregen audiophone uitleg over álle min of meer belangrijke informatie. Dus ook alle Spaanse en Italiaanse namen van beeldhouwers, schilders, houtsnijders etc . . . Na nummertje 30 raakten we het spoor volledig bijster en hebben we de uitgang maar opgezocht. Maar hij is wel érg mooi!

De camping met Fransozen hebben we achter ons gelaten. Gisteren hadden ze een bijeenkomst waarbij alle deelnemers aanwezig waren. Netjes eigen stoeltjes meegenomen en aan de kleur en modelletjes van de stoelen kon je zien dat ze allemaal met zijn tweeën waren, Knus hoor. Twee aan twee zaten ze alsof door Noah gedirigeerd, rondom een paar tafels met flessen wijn. Verdomd, wij mochten niet aanschuiven en dus zat er niets anders op dan ze onze rug toe te keren. En om een uur of half tien waren ze uitgevergaderd of zo en doken ze allemaal IN hun campers om TV te kijken. Er zat er geen eentje meer buiten, en het was me toch nog lekker weer. 

Vanmorgen wilde we ook nog eens weg voordat ze op kwamen, bleek dat de meeste al waren vertrokken. Zonder iets te zeggen. Totaal respectloos volk! 

Maar goed, wij dus verder op weg naar Santiago de Compostella. Blijkt er géén één camping meer te bestaan tussen Burgos en Santiago. Hebben wij weer. 

Even hebben we overwogen om richting de playa’s te rijden waar volop campings zijn. Maar nee, we zijn vastberaden en hebben besloten onze pelgrimstocht met camper voort te zetten en Santiago te bereiken. Is het met een rugzak al niet eenvoudig, ik zou zeggen; probeer het eens met een camper zonder dagelijkse stroomvoorziening of wifi. Da’s pas afzien.

En zo zijn we vandaag via het mooie Cebreiro (de kenners weten hierover mee te praten, lees anders mijn blog van 24 mei 2014) in As Nogais aangeland. Een wereldstad met een gesloten bibliotheek waar op het parkeerterrein ruimte is voor 3 campers. Je kunt er de plee lozen, water tanken en vuilwater in het putje laten lopen. Kortom; wat heb je als pelgrim nog meer nodig?

Oh ja, de enclave heeft ook nog een enkele cafeetjes met in totaal 4 tafels en 7 stoelen. We zagen deze nadat we twijfelden over de overweldigende luxe op de parkeerplaats bij de voormalige bibliotheek. Dus reden we even wat verder door het bruisende centrum van de stad. Prachtig centrum dus en op loopafstand van de camper. Maximaal 500 meter, steil naar beneden!!! Ik ga nuchter naar beneden al op mijn snotterd, laat staan wat de hindernis betekent als we even enkele van de stoeltjes in bezit hadden genomen en de weg terug zouden moeten nemen. Ik moet er niet aan denken dus de camper staat netjes geparkeerd bij de bibliotheek. Buiten het daarvoor bestemde vak want de luifel moet uit en stoelen met tafel staan voor de deur. De luifel en stoelen met tafel mag dus niet, staat er op een bord bij de parkeerplaatsen. Zoek het effe lekker uit, zou ik zeggen.

 Dus vanavond staan we lekker met zijn tweetjes op een parkeerplaats in de “middle of no-where” Geen buren of stroom, geen barretje, morgenvroeg ook geen brood. En bovenal, geen toiletgebouw. Zul je zien dat we ons chemisch toilet toch nog een keer moeten gaan gebruiken . . . Oh ja, en Wilma gaat vanavond zelf koken.

IK zal wat foto’s op de site plaatsen van wat al geweest is. Wilma zit te lezen en denkt toch dat ik aan het werk ben. Ik zou niet durven.

Maar het blijft wel onder ons hé!

Is wel privé hé!

Ik mag het van Wilma eigenlijk niet, maar het zit erin en MOET eruit. Ze vindt dat we een privé vakantie hebben en hoeven dat niet met de hele wereld te delen. En ik respecteer dat.
Tot vandaag dus. Vandaag is de maat vol. Ik kan veel hebben maar ook ik heb mijn
grenzen. En die zijn vandaag ver overschreden! 

Even een korte samenvatting over hetgeen dat dus privé is en zo moet blijven.
We hebben een geweldige vakantie. Nieuw Zeeland en Australië, het is allemaal prachtig.
Maar Europa; wij gaan ervoor!
Frankrijk, prachtig binnendoor gereden en genoten van het landschap. Onder de brug van Millau gekampeerd en er op de fiets onderdoor gereden. De volgende dag er met de camper overheen gereden. Prachtig! Alleen die Fransen hé, . . . Ik zeg niks.
Na een dag of vier hebben we dit land achter ons gelaten en zijn via Andorra naar Spanje gegaan. En we kunnen die route iedereen aanraden. Wat een gewéldige mooie omgeving.
We hebben enorm genoten. Toppertje waar geen Nieuw Zeeland of Australië aan kan
tippen.


Maar goed, Da’s privé een gaat niemand iets aan.


Daarna zijn we een zo’n beetje beland op de route die ik naar Santiago heb gelopen.
Als eerste hebben we Pamplona bezocht. Met name de arena waar de stierengevechten worden gehouden was erg interessant. We vonden de tour door de stallen en verblijven van de torero’s (of toreadors) de arena etc. erg indrukwekkend. Wilma vindt het nog altijd niks. Ik vind dat je niet het land met zijn eigen tradities mag veroordelen. Ook ik heb moeite met de manier waarop de stieren sterven maar weet dat nog niet zolang geleden Gans trekken, Zwientje tikken etc. ook in Nederland volksvermaak was. Ik ga de discussie niet aan. Niet de hele wereld is Nederland en wil juist andere culturen en gewoontes ervaren, ook dicht bij huis.


Maar goed, genoeg geleuter over principes en gewoontes, da’s dus iets tussen Wilma en mij. Privé dus. Hebben jullie niks mee te maken en hebben we het niet meer over.
En na Pamplona, of “Pamploma” zoals Wilma iedere keer zegt (ze is blij dat we er voorbij zijn) zijn we nu doorgereden naar San Sebastián. En ook daar hebben we volop genoten van de geweldige stad, de gebouwen, de pleisters tegen blaren, en de pinxtos. Net als in Pamplona geweldige barretjes, rijkelijk gevuld met hapjes. Genieten onder het genot van
een Spa rood !!! (ik denk het ook)

En vandaag zijn we beland in Burgos. Het hoofdkwartier van wat me tegen staat.
Burgos niet natuurlijk, maar wel het probleem op de camping. Vandaar deze welgemeende up-date. Waarom zou ik dit alleen moet verwerken.
Privé vakantie, het zal mijn kont roesten. We hebben een mooie, betaalbare (het geld groeit ook niet op mijn rug) rustige, en vooral ons gezelschap waardige camping gevonden. En wat denk je . . . bij het inchecken werden we al gevraagd of we ook “bij het gezelschap” hoorden.
“het gezelschap” Het klinkt al eng als ik het in-type. 

Maar nee, wij hoorden daar niet bij,
dachten wij. Konden wij weten. Argeloos, dom en onkundig als we zijn. “Nee” vriendelijke dame, wij zijn hier alleen, zelfstandig en op eigen houtje. En nog ging bij ons geen lampje branden. 

Maar goed. De camper geparkeerd, vlakke ondergrond, dicht bij de plee, uit de zon, bij wat wasbakken, etc.. De ervaren kampeerder kan u hier gegarandeerd verder over informeren.
Kortom, een goed plekkie en geen hond aanwezig.
En nu komt ie. Waarom deze up-date?


Nou “het gezelschap” waar we dus niet bij hoorden arriveerde de eerste uren daarna, terwijl Wilma en ik onze zorgen probeerden te vergeten in de bar. De ene na de andere camper arriveerde (en zelfs groter als die van ons!!! de aso’s) . Allemaal Fransozen. In Spanje.
Waarschijnlijk kwamen ze uit Portugal. En niet zomaar een paar, NEE tientallen. En toen werd ik gek. 


Moeders stapt uit, en dirigeert haar zojuist gepensioneerde man, met zijn véél te grote
camper naar zijn plekkie. En ik ken geen frans, maar de aanwijzingen van moeders aanpaps achter het stuur . . . Ik heb nóóit geweten dat iemand niet weet wat vooruit/achteruit of links en rechts in zijn auto is.
Maar laat ik zo zeggen; Zodra Wilma mij gaat vertellen hoe ik mijn stuur moet draaien rij ik linea recta terug naar Nederland.


Kortom, het was me hier vandaag een partijtje “We zijn er bijna” dat ik het even kwijt moest.
Vandaar mijn reactie, hoewel privé.
Maar ik heb Wilma gevraagd om als we samen ook zo worden het programma te
veranderen in “Laat mij maar inslapen.”


Blijft onder ons!

Maar gelukkig hebben we de foto's nog.

Gisteren hebben we gegeten in Murphy’s Law Irish Bar. We moesten wel want de kasten raken leeg, alleen nog wat te veel ingekochte chips en zo. Monique heeft een arm gezinnetje gevonden op de camping en daar gaat het voedselpakket naar toe. Na het eten hebben we nog een pintje gepakt in de bar omdat ook de koelkast leeg is. En rikken natuurlijk. Het is erg rustig in de bar en er zijn maar een paar andere gasten.  Het blijkt altijd rustig te zijn op maandag. Het is een leuke en grote tent met veel Ierse muziek. Ook Iers bier en alleen Wilma waagt zich aan één Guiness. De tweede wordt toch weer een normaal bier. En daar blijft het bij. We zitten te kaarten en Wilma weet, nadat ze de barman heeft gesproken dat we nog wel even hier kunnen blijven zitten, ook al zijn we ondertussen nog de enig overgebleven klanten. Wel vreemd want de stoelen en krukken gaan op tafel, wat later de muziek uit, nog wat later zit het personeel in de keuken en uiteindelijk gaat ook daar de transistor radio uit en is het helemaal stil. Wilma vermoed dat we mogen blijven zitten en besluit nog snel even een pilsje te bestellen voordat ook het laatste personeelslid verdwijnt en we zelf af moeten sluiten. En wat de rest al verwachtte, er wordt niet meer getapt en zit er niks anders op dan ook maar te vertrekken. En omdat er verder niets meer open is ( het is 22.15 u.) wordt het terug naar de campers en naar bed. We hadden onze laatste avond bij Murphy’s Law Irish Bar iets anders voorgesteld maar het is zo ook goed.

Dus de badge te voorschijn om de poort binnen te kunnen. We hebben er twee ontvangen. Wil heeft hem nog maar ik kan het kreng nergens meer vinden. Hoe ik ook zoek hij is weg. Vervelend maar ook dat wordt wel weer opgelost. Naar bed en morgen de campers weg brengen, vlucht inchecken en naar het hotel.

De volgende morgen zit Wilma al op een bankje bij de camper en heeft sinds 05.00 u. geen oog  meer dicht gedaan omdat haar telefoon is afgegaan. Ronnie heeft gebeld maar ze kreeg hem niet meer te pakken. Niet via WhatsApp, haar eigen of mijn telefoon met Nieuw Zeelands abonnement. Dat laatste gaat ook niet omdat je daarmee alleen naar vaste nummers in het buitenland kunt bellen. Ik bel hem met mijn eigen telefoon en hij neemt direct af. Hij blijkt per vergissing gebeld te hebben en er is niks te melden. Ze is weer gerustgesteld en nog een paar dagen en we zien ze weer.

Het is een korte weg naar het hoofdkwartier van Apollo. De tanks worden een laatste keer geleegd. We rijden eerst maar langs het vliegveld zodat we daar kunnen inchecken. Op de heenweg was dat namelijk nogal een probleem. Inchecken op de site van China southern airlines bleek niet mogelijk en kon na contact met de helpdesk alleen via KLM. Op het vliegveld zien we geen balie van de maatschappij dus maar naar de info balie. Die verwijst ons weer naar een vage deur naast een incheckbalie.  Trap omhoog en een borden volgen. We vinden de deur en komen via een trap op plaatsen waar geen passagier hoort te komen.  De deur is gesloten maar na wat kloppen doet er een aardige dame met Chinees uiterlijk open. We leggen uit wat we komen doen, ze begrijpt het en zegt daarop, Dit is China Airlines, niet China Southern Airlines. We hadden al zo’n vermoeden en vinden dit ook voldoende, zij niet. We worden weer doorgestuurd en komen op nog meer plaatsen waar we niet horen te komen. Op Schiphol waren we zeker al opgepakt maar vol zelfvertrouwen stappen we door de gangen, trap op en af. Geen mens die vraagt wat we komen doen. Uiteindelijk vinden we de deur van de juiste maatschappij en kloppen aan. Effe wachten en . . .niemand aanwezig. We besluiten daarom toch maar in het hotel via internet in te checken. Op weg dus om de campers in te leveren.

Op het hoofdkwartier van Apollo is het weer net zo druk als bij het ophalen van de camper. Dat wordt dus wachten verwachten we. Wil zet zijn camper op aanwijzing van Monique wat verder weg. Wij laten hem staan en binnen de kortste keren komt er iemand in het kantoor vragen of er ook mensen zijn die komen inleveren.  En we zijn direct aan de beurt. Even melden dat we niks geraakt hebben en de koffers meteen in een klaar staand busje gedeponeerd. Daarna nog even de formaliteiten afhandelen, bonnetjes van taxi, olie etc. inleveren en het verschil betalen, en wij zijn klaar. De beloofde dagen ter compensatie zijn al op de bankrekening terug gestort, zeggen ze . . . Even later komen Wil en Monique en nadat ook zij alles hebben afgerond worden we naar het hotel gebracht. In een rap tempo want de chauffeur heeft eigenlijk een vrije middag. Onze eerste camper zien we naast het busje staan. De chauffeur heeft de weg terug dus gevonden. Ik heb maar niet gevraagd wanner die terug was.

We melden ons aan de balie van het Ibis hotel en krijgen 2 kamers op de 4e verdieping. Als we in de kamer komen zien we weer een echt bed. Luxe. En een eenpersoonsbed er ook nog dwars overheen.  De kamer is eigenlijk net zo groot als het bed zelf, alleen nog een pad eromheen. Wilma moet drie  keer met haar koffer steken om de bocht om het bed te kunnen maken. En dan beseft ze dat ze aan de verkeerde kant staat. Dus het kreng moet het hele eind weer terug, bochie achteruit, zoals bij het rijlessen is geleerd. Even inpakken en rust. 

We proberen nog om via de computer van het hotel in te checken maar ook dit is hetzelfde probleem als thuis. Niet mogelijk en we laten het er maar bij. Eerst eten en we zien morgen op het vliegveld wel. Na een snelle hap gaan Wil en Monique wat kuieren, Wilma en ik zoeken een barretje op om de middag te slijten. Ik kan mijn laatste verhaal schrijven, op mijn blog plaatsen en wat foto’s toevoegen. Hierna voorlopig geen verhalen en foto’s. Mocht er nog iets te melden zijn dan heb ik thuis tenminste nog iets te vertellen.  Vanavond eten we hier nog een keer, hopelijk iets speciaals.

Na ruim 30 uur reizen en 18500 kilometer vliegen op de heenweg, ruim 5200 kilometer rijden met dik 750 liter diesel en heel veel mooie dingen gezien en meegemaakt zit er nu bijna op. Morgenvroeg vliegen we in 26 uur en opnieuw 18500 kilometer terug en het zit erop. Waar hebben we het over. Maandag weer aan de slag en dinsdag weten we niet beter dan dat het nooit is gebeurt. Maar gelukkig heb ik mijn verhalen en de foto’s nog zodat ik het allemaal nog eens dunnetjes over kan doen.

Maar uiteindelijk smaakt de appeltaart nergens zo goed als bij moeder thuis.

Till next time


De laatste bezienswaardigheden.

Gisteravond zijn we begonnen met het op maken van wat er nog in de kastjes ligt. Het wordt een kaartavond met veel Franse kaas, paté en kaasblokjes met véél mosterd. Er komt geen einde aan en we zullen er dus nog een avond aan moeten besteden. Vanavond dus weer rikken.

Het regent niet en het zonnetje schijnt als ik wakker word. Het lijkt dus een mooie dag te worden. Ook bij het ontbijt wordt de koelkast nog eens nagelopen en worden het boterhammen met dik beleg er heerst totale uitverkoop in de camper.

Als eerste gaan we het “centrum” van de stad nog maar eens bekijken. Er is van alles te zien. Zoals een bibliotheek. Hoe zo, “te zien” zult u denken. Nou, deze is bijzonder want deze heeft ook een informatiebalie. En als dat nog niet genoeg is ook een museumpje. De enige in het land. Hoe bijzonders kan iets zijn . . . En ze menen het zelfs ook nog! De enige bibliotheek die dit allemaal in huis heeft. Nergens anders in Nieuw Zeeland is dit bij elkaar te vinden. Het is wat hé! Vervolgens nog even een bezoek aan de Edwin Hillary walk. En dan denk je, nou komt er wat op me af, de Edwin Hillary walk, bekend van . . . Nou helemaal nergens van dus, want is zijn wat informatie panelen onder een overkapping. En dat is weer de verbinding naar het station van Otorohanga. Dat is dan weer wél bijzonder, een station. Want dat hebben we eigenlijk nog nergens gezien. Tot slot moet Monique nog even op de foto met een beeld van een grote blauwe pukeko, u weet wel, zo’n blauwe kip. Maar dan gaan we toch echt op weg, er is verder niks bijzonders meer te vinden.

Het weer is ondertussen opnieuw verandert want het regent weer. Terwijl we tussen heuvels door naar Hamilton rijden zien we ineens weer een puntige berg, zijnde een gedoofde vulkaan. Fotograferen valt niet mee want de bult verdwijnt regelmatig achter een berg, een bord, een gebouw enz. enz. Wilma doet tijdens het rijden diverse pogingen en misschien zit er iets tussen. Een plek om te stoppen is er helaas niet en uiteindelijk leggen we ons er maar bij neer met de conclusie dat het eigenlijk toch maar een puntige groene heuvel is. We zien het wel als de foto’s gelukt zijn.

De rit gaat verder naar Hamilton waar we zullen stoppen voorkoffie een kopje koffie. Daarna heeft Monique nog een bezoek aan een museum op het programma staan. Ik vraag haar wat er te zien is want ik ken die dingen ondertussen wel zo’n beetje. Nou, er is van alles te zien, zegt ze. Wat dan? Nou, kunst, voorwerpen van hier, iets over de geschiedenis. . . . En daarbij laat ik het maar. Er hebben 580 stammen het verdrag met de Engelsen moeten ondertekenen en er zijn minstens net zoveel musea met de geschiedenis over de stam. Wilma en ik bedanken dus voor het genoegen en gaan samen op souvenirs jacht.  Na een paar uur, twee tassen met kitscherige maar goed bedoeld kleingoed voor de thuisblijvers op zak en een gevulde maag kunnen we verder. Als laatste nog even een bezoek aan de Hamilton Gardens. Het blijkt een oude vuilnisbelt waar diverse tuinen op zijn aangelegd. Een Chinese,  Japanse,  Engelse,  Italiaanse en een Indische tuin worden bezocht. Het weer is ondertussen opnieuw omgeslagen en het zonnetje schijnt. Ik heb mijn warme jas aan met zakken waar van alles en nog wat in zit en de zon wordt feller. Het is ondertussen 22 graden en een zwart jack is dan geen aanrader. 

De wandeling door de tuinen heeft veel weg van een bezoek aan een meubelboulevard. Paden naar de diverse tuinen lijken op de weg naar de slaapmeubelen,  de zitmeubelen, de eethoeken, de kinderkamers etcetera.  Je begint eraan, kunt daarna geen korte route meer vinden en bent verplicht de route uit te lopen tot je bij de Zweedse balletjes bent. We volgen dus de route maar en ik bereik na het verlies van een halve liter vocht de uitgang. Voldaan want ik heb mooie opgedaan voor mijn voortuin die ik nog wil veranderen. Binnenkort even een collega aan de andere kant van de muur aanklampen. (Hes, op de foto’s zie je mijn nieuwe voortuin, kun je alvast wat brainstormen)

En na het bezoek aan Hamilton kunnen we op weg naar Murphy’s Law Irish Bar. Onze plek waar we de laatste keer overnachten. Met zo’n naam kan de avond niet meer stuk.

Till next time.


Hoe doet ze dat toch ???

Het is zondagmorgen 06.44 u. En mijn telefoon gaat. Ik spring uit bed, zoek de telefoon en er is niemand. Ik bel terug en krijg een of andere voicemail. Verder niks. Ik kruip weer in bed en even later horen we een auto. 

Geloof het maar, hill-billy himself staat achter ons met de nieuwe camper. De camping baas heeft ie uit bed gebeld en die heeft hem naar ons verwezen, we hadden hem namelijk al gewaarschuwd. 


Maar goed, we hebben een andere camper en de spullen worden in rap tempo omgeruild zodat opa weer rechtsomkeert kan maken. De campingburen hebben we ondertussen ook wakker gekregen want die worden natuurlijk wakker van het lawaai. Opa is namelijk erg blij ons (zonder juiste kaart of Tom Tom) te hebben gevonden en mensen te zien. Op zich overigens helemaal niet zo’n bijzondere prestatie als je weet hoe het simplistische wegennet in elkaar zit. Maar hij blijkt ook nog eens nog nooit ver van huis te zijn geweest. Hij heeft een dag lang met niemand kunnen praten. De mooiste opmerking is dan toch wel als ie aan Monique verteld dat hij hier naar toe wilde rijden maar zijn baas gezegd zou hebben dat ie maar rechtsomkeert naar huis moest maken. Volgens mij was dat toch écht zijn eigen standvastige opmerking gisteren aan de telefoon. Zoek het maar uit opa.

De campers worden allebei nog even afgetankt en opa kan weer vertrekken. Als ie een beetje door rijdt en een goede landkaart koopt is ie nog mooi voor de kiwisoep, frites met gebraden kiwi en kiwitaart thuis.

We kunnen dus weer vol gas rijden, zonder gejank vanuit de achterkamer. Het weer is net zo beroerd als gisteren, veel gemiezer dat wordt afgewisseld met regen. De zon laat zich alleen voor enkele keer voor slechts korte periodes zien. En dat maakt de jacht op ons eerste doel van vandaag er niet eenvoudiger op. Hoewel. Een vulkaan kun je toch niet missen. En zeker eentje van ruim 2500 meter hoog niet. Daarbij ook nog eens een met een perfecte vorm. Want daar heb ik het hier over geachte lezer; de Taranaki vulkaan, jawel. Voorheen ook wel Mount Egmont genoemd, begint er al een lampje te branden? Waarschijnlijk niet. Maar goed, wij dus vol goede moed linksom rond de vulkaan onze route bepaald. En maar kijken en kijken, dat kreng moet toch te zien zijn? Kilometers lang rijden, links de zee, rechts de vulkaan, wel een zee te zien maar een vulkaan, ho maar. Er is even beraad op hoog niveau want de mogelijkheden zijn nog niet uitgeput. En we besluiten verder naar het noorden te rijden en dan af te slaan richting een meer en de krater. Mogelijk klaart het ondertussen op en komt de uitgebluste vuurspuwer alsnog in beeld. Weer verder, een keertje rechtsaf, wat paden in om uiteindelijk via een prachtig bospad bij een parkeerplaats uit te komen. Er is een wandelroute van 10 minuten naar een uitzichtspunt over het meer. Halverwege ook nog een hangbrug, wat wil je nog meer? Dus, de wandelschoenen onder gebonden, regenjas aan, waterdicht fototoestel mee en we kunnen op expeditie.

Het mag gezegd, een mooie wandeling door een prachtig bos. De ideale locatie voor bomen, geachte collega’s in Vught. Via paden die je alleen in een Indiana Jones film tegen komt komen we bij de hangbrug. Maximaal 2 personen, tegelijk staat er op het bord. Het ding ziet er veel degelijker uit en ik begrijp het eerst ook niet. Monique begint aan de overtocht en ik volg haar kort op de voet. Bijna in het midden gekomen snap ik het bord, de brug hangt dan zover door dat droge voeten met gewone schoenen niet mogelijk is. En dan komt het kind in me boven, er moet gesopt worden! Effe goed door de knieën en rap weer omhoog. En dat nog een paar keer dus. En mijn voorganger die geen idee heeft wie er achter haar loopt roept dan ineens; “Steenbakkers, dat hoeft niet hé!” Ach, ze heeft het overleeft en wij hadden alle drie lol. We vervolgen onze tocht en worden zowaar nog op een tweede hangbrug getrakteerd.  Zelfde bord erbij maar het riviertje eronder ligt veel te diep om natte voeten te kunnen krijgen. Vreemd. Maar Monique waagt geen tweede oversteek met mij. Wil en ik gaan dus na de dames en komen er in het midden achter dat je met deze niet hoeft te wippen maar dat je ermee kunt schommelen. Ook geinig. Als het niet te hoog is heb ik best wel lef. Na dit tweede obstakel weer verder en het pad verandert van redelijk naar redelijk onbegaanbaar. Eerst waren er nog keurige trappen, nu alleen nog boomwortels. Wil maakt de terechte opmerking; ”Toch knap dat ze die wortels in de vorm van een trap kunnen laten groeien” Het is een aardige klautertocht en we bereiken de uitzichtsplek . Prachtig uitzicht over het meer en we hebben er dan ook magnifieke foto’s gemaakt met de vulkaan op de achtergrond, waarna we weer terug kunnen. Zelfde tocht, alleen meer neerslag.

Na het bezoek aan de vulkaan wordt het minder interessant.  Er zijn geen speciale dingen meer die we moeten bekijken dus we willen op weg naar onze volgende camperplaats. Net voor we willen aanrijden gaat de telefoon, het is Apollo. Opnieuw een alleraardigste mevrouw aan de lijn om te vragen of ik nog met de auto kan rijden. Ze is net begonnen en heeft de melding van de dag ervoor gelezen, ze is benieuwd hoe het er voor staat. Ik leg uit dat de auto ’s-morgens om 06.45 u. is geruild en dat alles dik in orde is. Ze is opgelucht. Waarschijnlijk is er de hele ochtend spoedberaad geweest bij Apollo wie die vriendelijke man uit Nederland terug moest bellen en zij had verloren. Maar ze is blij dat het goed gaat en er volgen volop excuses en begrip.  En met zoveel begrip voor de situatie komen we op het volgende punt dat de aandacht verdient, hoe denken jullie dit oooooooooooooit te compenseren. Wat is er mogelijk om dit leed te verzachten. Moet ik Moskovitz bellen of komt er nog een leuke tegoedbon voor een volgende vakantie? 

De schat! Ze blijft aardig, zelfs met mij aan de telefoon. Hoe doen ze dat toch? Ze komt zelf met een voorstel. De overlast is op 5 oktober begonnen, het is nu 8 oktober. Ze wil 4 dagen compenseren. Tja, en dan ben ik uit gepraat hé. Beetje het gras voor mijn voeten weg maaien hé. Zo gaat de lol eraf. Maar gelukkig heb ik toch nog een laatste troef achter de hand, we zijn namelijk met twéé campers schatje! Wat ga je daarmee doen? En opnieuw moet ik mijn meerdere erkennen, ook die wordt voor 4 dagen gecompenseerd. Ze heeft me in de hoek en hiermee knock out gekregen. Tien tellen later bedank ik haar. 

We kunnen weer op weg. We moeten nog ruim 200 kilometer. Maar eerst even een bord hartige butter chicken  soep of zoiets (gevolgd door creamy tomato soup, de voorraadkast moet namelijk  leeg) En na het nuttigen van deze klassieke inheemse gerechten besluit om bij terugkomst toch maar eens contact op te nemen met de Nieuw Zeelandse ambassade. Soep eet je met een lepel en niet met mes en vork, stelletje . . .

De rest verloopt vlot, het is uiteindelijk ook zondag en ook hier wordt er dan niet veel gedaan. Is het door de week al niet druk op de weg, op zondag  is er nog minder verkeer. De omgeving is geweldig mooi, maar even plotseling weer saai en plat . We rijden door een gebied waar de Hobbit is opgenomen en dat is ook te zien. Wilma herkent het zelfs voordat we de borden tegen komen en dat vind ik knap.

Kortom. Nog een dag naar het noorden en op dinsdag de camper inleveren. Maar in dit land kan morgen alles weer anders zijn. Het wordt zeker weer een bijzondere dag.

Till next time.


Benieuwd wat de morgen ons zal brengen.

Wilma en Monique zorgen voor het eten. Het wordt ravioli soep en gebakken aardappelen met van alles wat er in de koelkast ligt, maar dan door elkaar gehusseld, zeg maar gemengd. En het smaakt goed. De ravioli soep blijkt in tegenstelling er op het blik staat geen soep naar gewoon ravioli en de gehusselde groente blijkt meer dan gedacht. En met die laatste worden een Tsjechische dame en Duitse heer weer blij mee gemaakt. Zij fietst in haar eentje al enkele weken door een regenachtig nieuw-zeeland, hij doet het met een auto, maar ook alleen.

De avond wordt afgesloten met rikken en een pintje. We slapen geweldig in tegenstelling tot de nacht ervoor. Deze camping is betaald is geluidloos, die van gisteren (aan een snelweg maar wel “gratis”) niet. Betalen heeft dus toch voordelen.

Na een uitgebreid ontbijt met veel ei en weinig brood pakken Wilma en ik de meeste spullen alvast in. Er moet namelijk van camper gewisseld worden vandaag. Om 09.00 u. zijn we klaar voor vertrek, de tanks worden geleegd. Niets staat er meer in de weg voor een snelle pitstop van de camper ruil. 

Onderweg wordt nog wel even extra data gekocht voor mijn tijdelijke telefoon. De filmpjes die ik gisteren op mijn blog heb geplaatst hebben namelijk mijn volledige bundel opgevreten. Ik ben volledig onbereikbaar, hoe deden we dat vroeger in hemelsnaam? De extra bundel is snel gevonden en de helpdesk van Vodafone is opnieuw erg hulpvaardige om een digibeet te helpen extra data toe te voegen, ik kan dus weer vooruit.

We rijden naar Wanganui, een plaatsje 130 kilometer verderop waar ik heb afgesproken om de campers te ruilen. Zelf kunnen we ook een paar dingen bekijken zoals de herdenkingstoren voor de gesneuvelden van de 1e wereldoorlog en een lift door de bergen. Alles bij elkaar een uurtje vermaak in afwachting van de chauffeur met onze nieuwe camper.

We arriveren in Wanganui om 11.45 u. Keurig op tijd dus want de afspraak was rond de middag. Er is nog niemand en we hebben vakantie dus er wordt niet gestrest. Jammer dat er nog niemand is maar we besluiten eerst maar eens even te wachten. Wilma en ik pakken de laatste zaken in, de koelkast uit, het bed wordt weer tafel, de berging wordt opgeruimd, kastjes gecontroleerd etc. etc. Na een half uur zijn we er écht klaar voor maar zien nog niemand. Om 12.54 u. besluit ik toch maar eens te bellen, we zullen toch niet op de verkeerde plek staan? Maar de hulpvaardige jongeman aan de telefoon bevestigd het adres en daarbij; de chauffeur is gisteren na de middag al aangereden en het komt dus goed. Wie ben ik dan om daaraan te twijfelen, toch? 

Wil en Monique besluiten ondertussen de toren maar te bekijken en via de lift door de berg af te dalen naar een lager gelegen tunnel, om vervolgens bij de rivier uit te komen. Wilma en ik wachten ondertussen op de chauffeur en kunnen verder niet veel. Het wordt toch weer een uurtje later en Wil en Monique zijn weer terug. We wisselen maar en wij dalen via de lift af om vervolgens buiten gekomen maar ergens wat te eten. De lift is van 1919 en gaat 65,8 meter naar beneden. Hij komt daar uit op een tunnel van 213 meter die de lift met de openbare weg verbind. In de lift staat een aardige dame en haar cabine lijkt meer op een kantoortje dan een lift. Het ding schudt behoorlijk terwijl we zakken maar het is een bijzondere tocht. En in de tunnel klinkt een geweldige echo. 

Als we terug komen is het ondertussen 15.04 u. geworden en ik besluit er nog maar eens een telefoontje aan te wagen. Het probleem is bekend bij Apollo maar is eigenlijk geen probleem. De chauffeuse is vanmorgen om 07.30 u. ergens vertrokken en kan er nu ieder moment zijn. Relax,  want waar hebben we het hier over? Ik vraag ze toch maar of ze de chauffeur kunnen bereiken zodat we iets van een tijd kunnen krijgen. Een half uurtje later wordt ik terug gebeld, ze krijgen hem niet te pakken. Zal wel ergens aan een dikke kiwi schnitzel zitten of zo. En een chauffeur kan 2 dingen betekenen. Of het is er zo een waarvan je denkt, ik had niet anders verwacht. Of het is er eentje waartegen je zegt; “ Ach arm kind, daar kun jij toch niks aan doen”

We besluiten er maar het beste van te maken en de kaarten komen weer voor de dag. Er wordt weer geprikt.  Het weer is toch beroerd en er zit niks anders op.

Om 16.59 u. is er nog altijd geen actief op het parkeerterrein en ik besluit er maar weer eens een telefoontje aan te wagen. Het is blijkbaar druk bij Apollo want er is ondanks lang wachten niemand bij de centrale beschikbaar. Ik wordt omgeleid naar een bandje om een bericht achter te laten. In het verleden werkte dit goed,  dus wie weet. “Your message is important to us “ zegt het bandje. Ik spreek een boodschap in en meld dat ik het beu aan et worden ben. Ik leg voor de zoveelste keer de situatie uit en verzoek z.s.m. terug gebeld te worden, dat werkte in het verleden goed. Nu niet dus, om 17.25 u. nog altijd geen reactie. Ik trek de stoute schoenen dus maar aan en bel zelf nog maar een keer. De maat is vol. Terecht volgens mij en gelukkig ook volgens mijn reisgenoten.

Wederom een telefonist aan de telefoon die alle begrip voor me heeft (hoe doen ze dat toch?) Maar bij mij is er geen begrip meer. Even stelt de telefonist nog voor om me door te verbinden met de chauffeur zodat ik wat kan maar het lukt me haarfijn uit te leggen dat dat zijn job is en niet de mijne. Daarbij zou het verbazend zijn dat ze hem/haar nu ineens wel te pakken zouden krijgen want dat is de hele dag nog niet gelukt. Nu dus ook weer niet want hij probeert het ondertussen toch zodat hij iets kan doen voor ons. Ik leg hem vervolgens op de voor zovele bekende rustige manier uit dat de maat vol is en dat we verder gaan. Er komt daarop een heel verhaal over het waarom wel of niet en alles wat ze in het werk stellen om iets geregeld te krijgen. Geruststellend leg ik hem uit dat het een mooi verhaal is maar dat we wel verder rijden. Er moet nog een slaapplaats gevonden worden en er moet ook nog iets warms bereid worden. En onze camping goed ligt in Hawera 130 km verderop vriend, ik bel je over een uur wel om het exacte adres door te geven. En zo geschiede. Een goed uur rijden staan we op de camping. Stekker er weer in, tank gevuld en afwachten op wat komen gaat.

Om 20.18 u. gaat de telefoon. Het is een vreemd nummer en ik krijg een oude grijsaard aan de telefoon. Hij staat bij “the warehouse” met een camper die geruild moet worden. Da’s mooi zeg ik maar waar is “the warehouse” vriend? In Wanganui zegt ie. Dat ligt een dik uur terug leg ik ‘m uit en daar hebben wij bijna 6 uur staan wachten. Als ik hem vraag of Apollo hem niet heeft doorgegeven hier naartoe te komen zegt ie dat ie niemand heeft gehoord. Hij weet ook helemaal niet waar Hawera ligt en komt er ook niet naar toe. Hij heeft geen kaart, geen GPS en is pas vanmorgen om 10.00 u. vertrokken. Er is geen land mee te bezeilen en gaat z.s.m. weer terug naar vrouw en kinderen. 430 kilometer terug.

Om 21.02 u. wordt ik weer gebeld. Het is Apollo. De chauffeur is niet van plan te komen en vraagt of ik de camper in Wanganui even wil gaan ruilen. Ik leg de goede man op mijn tactische manier uit dat hij niet moet denken dat ik nu 130 km heen en 130 km terug ga rijden omdat bij Apollo niks kunnen regelen. Ze sturen die klooster maar hier naar toe, want ook al weet ie de weg niet, het is één rechte weg. Hij legt me nogmaals uit dat ze de chauffeur een half uur aan de telefoon hebben gehad maar hij weigert te rijden. Hij gaat inderdaad weer 130 kilometer terug.

Morgen belt Apollo opnieuw om wat af te spreken. We maken ons gedrag dus maar weer op, tafel inklappen kussens veranderen, lakens en dekbedden erop en we kunnen weer slapen. Benieuwd wat de morgen ons brengt.

Till next time.


Zzzzze car is very sick. Dus.

We overnachten in Wellington. Er is niemand van de receptie en we zoeken een plekje op het parkeerterrein, niet op de camperplaatsen. Maar moeten weer vroeg op weg, 06.30 u. omdat we bij een motel staan en we ons om 07.00 u. moeten melden om te betalen. Sommige van ons hebben daar nogal wat moeite mee. Maar goed, weg dus en maar op zoek naar het bureau van Apollo, de verhuurder van de camper.  Deze zit ook in Wellington maar het blijkt helaas alleen een bureau op het vliegveld en heeft geen camperverhuur. We zoeken dus maar een koffie tentje in afwachting van het benodigde telefoontje van Apollo. En deze bellen keurig op tijd. De oproep heb ik gemist omdat het geluid van mijn telefoon uit stond maar binnen twee minuten heb ik de hulpvaardige Melinda weer aan de telefoon. Ze heeft ondertussen ook al een berichtje gestuurd met de gegevens van het bedrijf waar ik me mag melden. Het wordt Truck & Trailers in de haven. Uiteindelijk hebben we met ons op en neer gerij meer diesel verspeeld dan dat we kwijt waren aan gewoon betalen, maar het zal wel. En we hebben de veerboot ondertussen zo vaak gezien dat ze bijna naar ons zwaaien als we voorbij komen. 

Het is een Mercedes (vrachtwagen) garage en dat schept goede moed. We melden ons bij de receptie en een aardige man roept voordat ik iets kan zeggen; “You must be Simon” Kijk, dat is nou service van een bedrijf dat zijn ster waard is. Inderdaad, I’m Simon, and the car is sick. Apollo heeft wat verkeerd begrepen want de garage denkt dat er iets met de motor is. Maar nadat ik hem heb uitgelegd wat precies het probleem is komt er actie. Boven staat er koffie en een monteur zal even proefrijden. 10 minuten later staat de camper op de smeerput en nog eens 10 minuten later komt de  chef met zijn oordeel. “The car is inderdeed very sick. Apollo belt even later en we kunnen op hun kosten een taxi nemen naar het centrum want het nog gaat wel een paar uur duren. 

Dus wij met de taxi naar het centrum en op aanraden van Monique het Te Papa museum in. Daar kun je wel een paar dagen voor vrij maken want zoveel is er te zien. En dat klopt, een zeer leuk en vooral afwisselend museum met veel informatie over het land. Maar het voelt ook wel een beetje of je in Amsterdam een museum maakt om te laten zien waar boter en kaas vandaan komt en hoe koeien en varkens groeien. Veel informatie is namelijk voor scholieren en 100 kilometer verderop gewoon te zien, maar dat maakt het ook wel weer begrijpelijker voor ons. Maar absolute hit van het museum is toch wel de grootste octopus van de wereld. Levend gevangen en hier te zien op sterk water. 4,5 meter lang en gevangen door een vissersboot op tonijnen maar waar niemand begreep waarom zij ( het is een vrouwtje) haar prooi niet los liet toen die werd opgehaald.  Veel uitleg en een begeleidende film.  We slijten enkele uren in het museum en worden ondertussen weer gebeld door Apollo, The car is checked and  indeed very sick. Fixen is very duur maar you ken ‘r nog wel mee drijven. Het voorstel van Apollo is om de auto te laten staan en dan sturen ze een andere vanuit Auckland maar dat duurt dan wel een dag. Ik leg in mijn klompen-engels uit dat als er nog mee gereden kan worden  we wel een stuk naar het noorden rijden en het vehicle de volgende dag dan maar ergens geruild moet worden, het gejank van de achteras nemen we wel op de koop toe want er moeten nog meters gemaakt worden. Ook geen enkel probleem want service staat hoog in het vaandel bij Apollo, onderhoud helaas een heel stuk lager.

Dus we zijn weer een paar uur verder en hebben een spotgoedkope camperplaats in en bos. Ma Flodder staat ons bij binnenkomst al op te wachten en we worden verzocht niet op het gras te parkeren, da’s namelijk nogal een vetzootje. We blijven dus op het asfalt en rekenen NZ$ 32 af voor 2 campers, 4 personen én stroom. Koopje dus en goedgekeurd door Monique, Wilma controleert de toiletten en ook deze komen door de keuring. We blijven dus.

Vlakbij de camping is zelfs een swing bridge, tenminste dat staat op een bord aangegeven. Maar als Monique vraagt of dat ver lopen is blijkt deze al 20 jaar (géén typefout) te zijn verdwenen, weg gespoeld of zoiets. Over het bordje met de gratis kruiden aan de andere zijde van het hek bij de kantine heb ik daarna ook zeer mijn twijfels.

Morgen nog een stukje verder naar het noorden en rond de middag wordt ons jankend vervoermiddel geruild. Komt er weer rust in de tent.

Till next time


Olie blijft een probleem.

Vanwege een lange avond tevoren hebben Wil en Monique een middagslaapje gehouden, vervolgens nog douchen en zo werd het alles bij aldaar half acht voor we konden gaan eten. Het restaurant waar we gaan eten heet “the musselput” Mag je zelf vertalen. Er is weinig activiteit en er is maar een tafel bezet. De serveerster kijkt ons ook een beetje vreemd aan en verontschuldigd zich want ze wilden eigenlijk gaan sluiten. Wat denken ze hier in de mosselhoofdstad van de wereld wel niet. Als er geen van de 746 inwoners komt eten kan de tent op slot of zo??? Ze vraagt toch de kok maar even en we mogen blijven. Ze mag van geluk spreken want ik zou zo maar in vloeiend Nieuw Zeelandse mijn gewaardeerde mening kunnen spuien. We hebben honger en willen . . . . Mossels. Mussels dus. Er staan verschillende menu’s met mosselen op de kaart. Voor Wilma 1 kilootje met chili, knoflook en tomato,  voor mij knoflookbrood en ook 1 kilootje mosselen met Thai en coconutsauce. Of zoiets tenminste. Wil besteld een bord met 12 mosselen met verschillende smaken, als voorgerecht. Verder vlees, en zo ook Monique.

De mosselen komen en de pan ligt vol met gigantische mosselen, sausje er overheen en dat is het. Het zijn geweldige dingen waar ze in Yerseke nog wat van kunnen leren. Jawel, het moet gezegd, prachtige mosselen, en misschien nog belangrijker, geweldig lekker. Daar kan zelfs de Philippine niet tegen op! Totaal 21 stuks, en dat blijkt veel want meestal krijg je er maar 18. Havelock maakt zijn naam waar, een gat van niks maar verstand van mosselen hebben ze.

Na het eten is er in verband met de late avond tevoren geen verdere activiteit. Vroeg naar bed want we moeten vroeg op want we gaan post bezorgen.

De volgende ochtend dus om half zeven al op. Brood smeren, drinken erbij, camper loskoppelen en ergens parkeren. We melden ons keurig op tijd bij het loket van de Mail-boat. De post in de Marlborough Sounds, zoals de regio hier heet, wordt per boot bezorgd en wij gaan dus, tegen betaling, een dagje mee. Hoe on-Nederlands kun je zijn?

Het blijkt een van de laatste tochten van de boot. Hierna nog 1 en dan krijgen ze de nieuwe boot, een catamaran.  Die is sneller en kan zelfs 99 personen meenemen.  Deze boot gaat lekker rustig en neemt max. 45 mensen mee, we zijn echter maar met 13 personen. De kapitein heet Nepal en onze postbezorgster en gids heet Bindy. Even rap een veiligheidsverhaal; niet op de rillingen klimmen, en weg. En rustig gaat het de haven uit op weg naar het eerste adres. Er wordt na een uurtje en veel uitleg over de omgeving en de bewoners aangelegd bij een steigertje. De bewoners staan al te wachten en dat is verplicht. Er moeten zonder aan te leggen postzakken worden uitgewisseld. Het gaat snel en dan is er tijd voor een sociaal praatje. Dat gaat overal zo en het belangrijkste onderwerp is de nieuwe boot die volgende in gebruik genomen wordt. Verder wat geklets over koetjes en kalfjes waar de hill-folks veel verstand van hebben. Ze wonen erg afgelegen, hebben wat veel of mosselen.

Onderweg uitleg over het belangrijkste middel van bestaan hier, de mosselen. Zonder mosselen geen Havelock want nadat goud en hout minder opleverde betekende de mosselkweek de oplossing. En blijkbaar voldoende genoeg om er een keurige haven en fabriek voor aan te leggen. Per jaar wordt er 60.000 ton van gevangen, er zijn 588 mosselvelden en allemaal hans cultuur mosselen. Ze geeft toe, afgekeken van de Nederlanders. De hier gekweekte mosselen heen green mussels en worden in 2 jaar zo’n 10 cm lang. De blauwe versie blijft kleiner en wordt terug gegooid omdat die niet voldoende opleveren. Verder krijgen we nog een hoop uitleg over het vangen van mosselvelden,  het verdelen over touwen en 4 maanden later weer opnieuw verdelen omdat het hard gaat met de beestjes. Iedereen hangt aan haar lippen en verbaasd zich over het wel en wee van deze schelpdiertjes, als ze ineens roept “delphins” en wijst naar de achterkant van de boot. Einde verhaal, boot rechtsomkeert en terug achter de dolfijnen aan. En we halen ze in. Het zijn er veel en ze zijn groot. In Indonesië had ik er ook al vaker gezien maar dat waren kleinere. Niet alleen de mosselen maar ook flipper doet het hier goed. We varen een half uurtje met de dolfijnen rond. Als ik op het bovendek sta en naar beneden kijkvaart de boot nog steeds. Maar ik zie ook onze kapitein op het achterdek naar de dolfijnen kijken. En onze gids ernaast. Vaart die afgedankte sloep een beetje zonder bemanning tussen de kliffen rond. Maar het is hier net zo druk als op de weg, geen mens te zien dus. De dolfijnen zijn een mooie afwisseling tijdens de terugtocht. En even later worden we ook nog verrast door enkele blauwe pinguïns. Als ik Bindy vraag om ook meteen maar naar een orka te zoeken (die kun je hier namelijk ook tegen komen) blijkt zoveel geluk niet vorige ons weggelegd. Maar het was een mooie dag.

Iets na vier uur staan we weer aan de kant en halen de campers op. Onderweg naar Picton voor de overtocht van 19.00 u. zodat we vanavond in Wellington zijn en daar morgen nog wat kunnen bekijken. We zijn goed en wel Havelock uit of onze camper begint een wat vreemd geluid te maken, zeg maar janken. Het komt uit het midden van de auto en ik rij langzamer en stop uiteindelijk toch maar. Onder de auto is niks te zien en we rijden verder. Wil staat een stukje verderop te wachten. We kijken nog eens onder de auto en komen tot de conclusie dat het de achteras moet zijn vanwege wat oliedruppels die eronder hangen. Even zijn we weer op weg, het janken blijft en harder dan 80 km/u is niet meer verantwoord. We besluiten zo snel mogelijk een garage te zoeken want het is ondertussen ook al 17.00u. geworden. We vinden een garage en deze Willem Bever is een stuk vriendelijker dan de vorige. Ik leg hem uit wat er aan de hand is en hij stelt me gerust; “Dan is er al meer beschadigd” 

Maar een telefoontje naar onze verhuurder, een litertje appelstroop of zoiets bijgevuld, NZ$ 70 armer en een half uur verder kunnen we weer op pad. Een half uur later rijden we de veerboot naar Wellington op en zullen daar overnachten.

De camper jankt nog steeds en morgen tussen 08.00 en 09.00 u. wordt ik terug gebeld door de verhuurder.

Till next time.

S