Ook morgen schijnt de zon.

Met Ibuprofen naar de eindstreep.

Iedere morgen vraag ik me af wat ik die avond in mijn weblog moet schrijven omdat er niet veel spannends te gebeuren staat. Zo ook vandaag, het zal dus een kort verhaaltje worden. Gisteren toch opnieuw friet gekregen maar herbergpapa of mama kon goed koken, niks mis mee. En voor de verandering eens een ijsje toe. Dat moet onderhand een half jaar geleden zijn bedenk ik me. Naast ons zit een groepje van 8 Amerikanen die duidelijk merkbaar aanwezig zijn. Een van hen kent Spaans en is tolk voor de groep. We kruipen er maar op tijd in. Schuin onder me slaapt een van de Amerikaanse gasten. Ze verteld me dat ze de volgende dag naar León gaan. Met de bus wel te verstaan. Ze willen de dag gebruiken om te winkelen en de stad wat te bekijken. "That's not cheating!" verdedigd ze. "Oh yes it is!" kaats ik terug. Dan kun je net zo goed 25 dagen in Santiago op vakantie gaan en de laatste dag de kerk binnen wandelen om je oorkonde te gaan halen. Je ziet maar meid, het is maar waar je zelf in gelooft. Ik heb een klote nacht. Ik zweet me te pletter en ben regelmatig wakker. Mijn keel doet zeer en snotter veel, hoewel dat ook aan het stuifmeel en de frisse wind kan liggen. Wie weet wordt ik nog verkouden en dat kan ik niet gebruiken. Opletten dus. Ons ontbijtje staat klaar zoals herbergpapa de avond ervoor beloofd heeft. Ik kan me alleen niet herinneren er voor betaald te hebben maar het zal wel. Koffie con leche die ik eigenlijk niet wilde, en klef croissantje en twee sneetjes brood. Het zal wel bij de prijs inbegrepen zijn. Ik bedenk me de spreuk die ik al enkele dagen hiervoor ergens in een alberge zag; "Een toerist eist, een pelgrim dankt" Gracias señor, dus. Ik ga samen met Sandra en Uwe op weg naar León. De weg ernaar toe is niet heel bijzonder. We lopen via een industriële voorstad richting ons eerste doel van vandaag. Vanaf ver zien we de stad al liggen zodra we de snelweg oversteken. Onderweg wederom klokkentorens en de bijbehorende nesten met jonge ooievaars. Ik heb overwogen om een dag in de stad te blijven om me eens de tijd te gunnen die te bekijken. Uit de foto's in mijn handboek lijkt het me een mooie stad met een behoorlijke kathedraal. Weliswaar niet zo mooi als die van Gemonde maar er toch wordt over gesproken. Uiteindelijk lijkt het me leuker dit een keer op mijn gemak te doen, alleen is er eigenlijk ook niet veel aan. We komen via de oude stadswallen in de oude binnenstad, daarna smalle straatjes. Sandra en ik willen een koffietentje zoeken, een stempeltje scoren en zo snel mogelijk de drukte weer verlaten. Uwe wil nog wel enige tijd in de stad blijven. We lopen via enkele smalle straatjes richting de kathedraal. Die is snel gevonden en als we in de omgeving van de kathedraal koffie willen drinken blijkt alles nog gesloten. We zijn nog te vroeg, de eerste terrasjes worden nog maar net klaar gezet. Nadat we nog wat verder gezocht hebben neemt Uwe afscheid, hij blijft nog even. Ik loop met Sandra verder op jacht naar koffie en een felbegeerde stempel als bewijs dat we ook in León zijn geweest. Een koffietent vinden we en na de koffie en een jus d'oranfe voor de vitamientjes om de snotneus te bestrijden vragen we om een stempeltje in onze pelgrimspas. We krijgen er een en zijn zelden zo teleurgesteld geweest. Wat een armzalig ding! Die zet je boven een factuurtje of zo maar niet in een pas van een zwaar beladen pelgrim. Op zoek dus naar een serieuze stempel. Helaas is dat toch wat moeilijker dan we dachten. Veel openbare gelegenheden en barretjes zijn nog gesloten. Op een groot plein zien we een gigantisch gebouw. Er komt net een groepje oudere Amerikanen vanaf, veel met hetzelfde petje . . . en een gids op kop. Toeristen dus. Het gebouw moet van belang zijn maar we vinden geen ingang. Wel een te gek beeld van een rustende pelgrim en ik neem maar even plaats naast hem. Een vriend voor het leven heb ik erbij. Maar een ingang blijft spoorloos. Wel zie ik een gedeelte van het gebouw dat in de steigers staat en daar blijkt een toegang te zijn. Er hangt een plakkaat dat het pas vanaf 11.30 u open is. Ik probeer het toch maar even je weet maar nooit, de brutale hebben uiteindelijk de halve wereld. En verdomd, ik kan naar binnen. Ook de tweede deur gaat open en ik wandel dus maar lekker verder. Het blijkt een prachtig gebouw, écht prachtig. Geweldige hal met een nog mooiere trap en een chique ontvangstbalie. Ik zoek even en vind een aller charmanste señorita en vraag haar in het Engels om een stempeltje voor de pas. Geen enkel probleem. Ook Sandra is ondertussen binnen en ontvangt de felbegeerde trofee. Ik vraag de dame of dit het oude hostel del peregrinos is maar ze antwoord dat het een 5 sterren hotel is en niet bedoelt als alberge. Dan kom ik gewoon nog een keertje terug als ik wat meer tijd heb antwoord ik haar en we vertrekken, maar niet voordat we toch nog even wat meer van het alleraardigste verblijf van de rijken der aarden hebben bewondert. Wat een pracht! Buiten vertel ik Sandra dat het volgens mij wel degelijk het oude hostel is wat ik bedoelde . We zoeken de naam van het hotel en blijkt San Marcos te zijn. Het blijkt dus inderdaad de beroemste pelgrimsherberg uit de middeleeuwen Monasterio (Hostal) de San Marco. Tegenwoordig parador nacional, luxueus staatshotel. We kunnen verder richting ons volgende rustpunt, Virgen del Camino. Een mooie tussenstop voor vandaag. Het is veel bult op en het gaat lekker. We lopen León uit zonder dat we het in de gaten hebben. De drukte blijft, de oude straten verdwijnen en we zitten dus in het volgende dorpje zonder het gemerkt te hebben. Omdat ik gewicht kwijt wil was ik naast mijn zoektocht voor een drinkfles, ook op zoek naar een postkantoor. Beide heb ik nog niet kunnen vinden. Even denk ik iets gevonden te hebben maar het blijkt een bank of iets dergelijks. Een medewerker en een klant verwijzen me naar een postkantoor een eind terug. Yo loco? denk ik. Terug? Ben je we lekker, hombre? Mooi nie! Dan sjouw ik het zootje wel verder mee, een paar dagen kunnen er nog wel bij. Mij krijg je niet kapot! Verder dus maar naar ons rustpunt. Even doortrappen en het is na een uurtje bereikt. Een bar hebben we ook zo gevonden en we bestellen wat, ik een koffie, Sandra een pint. Ze is er aan toe zegt ze. Ze begint 's-morgens met Ibuprofen vanwege haar zere knie. Later op de dag is een pint haar oplossing. Ze ziet maar, het is mij nog wat te van vroeg. Terwijl we aan de koffie zitten vraag ik aan een Spaanse serveerster, "Donde esta una officina de postal aqui?" ( Ja, ik sta er zelf ook vaak versteld van.) En wat nog mooier is; ze begrijpt me. In het Spaans krijg ik uitgelegd dat ik bij het 3e stoplicht rechtsaf moet. Sandra wil ook wat terug sturen maar zegt dat ze dat nog moet uitzoeken? Nou meid, dat komt dan effe mooi uit want dat moet ik ook nog doen. We nemen onze tijd vandaag. Nadat we afgerekend hebben kunnen we op zoek naar El officina de postal. 3e verkeerslicht rechts en . . . niks dus, nada, noppes. Een Spanjaard probeert ons nog op de route naar Santiago te krijgen maar die kennen we wel. Een pakkie willen we versturen señor. Hij helpt ons wederom op weg en we blijken een straat te vroeg te zijn afgeslagen. Het postkantoor vinden we en we kunnen inderdaad van hieruit spullen versturen. Een mooie doos heeft de dame ook nog (wat schrijf ik nou?) Ze heeft iets waarin we onze spullen terug kunnen sturen dus. Allebei keren we in het officina onze rugzak binnenstebuiten en alles wat maar enigszins overbodig is gaat terug. In totaal ruim 2 kilo nutteloze rommel schraap ik bij elkaar. After shave, niet nodig. Iedere dag douchen en voor de rest interesseert het niemand iets. Zakdoeken, eentje is voldoende. Gewoon dagelijks uitwassen indien noodzakelijk. Hemden, shirts, ondergoed. Twee setjes is voldoende; op tijd wassen. Dat is trouwens veel makkelijker bij de soms beperkte ruimte op de waslijnen. Ook mijn koptelefoon! en mijn scheerkwast gaan retour. Allemaal overbodig. Bij vertrek uit het postkantoor loopt het weer een stuk lichter. Of het ook echt zo is weet ik niet, geestelijk werkt het in ieder geval wel. Buiten de stad hebben we de keuze tussen de korte route langs de autoweg of de wat langere via de binnenlanden zeggen zowel het Nederlandse als het Duitse handboek. We besluiten voor de tweede route te gaan. De splitsing is wat lastig te vinden maar onze ervaring brengt ons op het juiste pad. Het moet ons via rustig landschap en een enkel klein dorpje uiteindelijk in Villar de Mazarife brengen, onze eindbestemming voor vandaag. Het eerste dorpje dat we inlopen is Oncina de la Valdoncina, verzin het maar. In een bocht staat een stalletje met wat fruit en wat te drinken. Als de eigenaar ons aan ziet komen snelt hij naar de in zijn ogen uitnodigende groothandel in groenten, fruit en frisdranken. Eindelijk handel, moet zijn eerste gedachten zijn. We hebben namelijk nog geen pelgrim voor of achter ons gezien. Ik trakteer me op een blikje met iets dat lijkt op Fanta, Sandra gaat voor haar volgende shot. Ik vraag beleefd wat de kosten zijn en dit blijkt wederom geheel aan de beleefdheid van de ontvanger, een donatie dus. Ik verbaas me opnieuw, wat een passie voor de pelgrims hier. Na een foto met deze geheel belangenloze en goedaardige discounter en een ruime donatie mijnerzijds vervolgen we onze weg. Onder het lopen vertel ik Sandra dat dit toch wel erg leuk is. Ze vertelt me dat ze dit waarschijnlijk alleen doen omdat over donaties geen belasting betaald hoeft te worden. Verdorrie denk ik, heeft die beunhaas me in mijn onschuld toch nog te pakken, ik die alleen gelooft in de volledige eerlijkheid van de mens op dees aard. Het waait opnieuw enorm zodra we de open vlakte van het tussen de dorpen gelegen gebied doorkruisen. Onderweg treffen een herder met zijn schapen en hond. Een mooi tafereel wat ik op foto mag vastleggen. Ze zitten zoveel als mogelijk uit de wind en de hond ligt volgens mij te wachten tot er een schaap wil wegwaaien en hij zijn werk mag doen. Sandra klaagt onderweg steeds meer over haar knie en een rustpunt danwel nieuw shot is gewenst. In de verte zien we eindelijk na de zoveelste heuvel een groepje huizen opdoemen. Dat moet, gezien de tijd, het beloofde Chozas de Abajo zijn. Van daaruit is het nog slechts 4 kilometer naar ons eindstation. Voor we het dorpje in wandelen zie ik naast de weg wat oude en vervallen hokken. Omdat ik toch benieuwd ben wat dit is kijk ik maar eens binnen. Het blijken "woninkjes" die zich via een tunnel onder de grond verder zetten. De woningen liggen ingegraven in een heuvel. Boven op de heuvel zijn alleen wat schoorstenen zichtbaar waaraan je kunt zien hoever ze mogelijk doorlopen. Een enkele lijkt zelfs nog bewoond, de anderen niet. Na deze ontdekking zoeken we toch maar zo snel als mogelijk de plaatselijke bar op. Rust is wenselijk. We moeten even van de route af om de bar te bereiken. Voor de veranda staat een voertuig van het plaatselijk gezag. Binnen staan de beide handhavers aan een wellicht welverdiend glas vino risso te genieten van hun siësta. Ik bestel dus ook maar twee grande cervezas, we moeten nog wandelen namelijk, en neem onder de veranda plaats naast Sandra. We hebben een diepgaand gesprek over haar verleden. Ze heeft veel mee gemaakt denk ik. Maar ze verteld zonder al te veel problemen over haar verleden en jeugd. Na een goed half uur wordt het weer tijd te vertrekken en de laatste kilometers weg te trappen. We vinden snel een blitse onderkomen, Alberge Gesús. Opnieuw veel teksten op de muren en een herbergpapa die tijd in overvloed heeft. Jungskes en meskes liggen hier voor het eerst gescheiden. Op mijn kamer 2 stapelbedden, slechts eentje is bezet. Keuze genoeg dus en ik kies voor de onderste etage van het tweede stapelbed, geen geklauter vandaag. Het waait buiten nog hard. Binnen trouwens ook stevig. De openslaande balkondeuren zijn door de jaren heen behoorlijk krom getrokken en sluiten kunnen ze in ieder gaval niet. Ik waai de tent uit en ben al bij voorbaat bang voor de komende nacht. Terwijl ik mijn slaapplaats inricht komt mijn slaapie binnen. Het is een ca. 75 jarige Oostenrijker die zoveel als mogelijk in het Spaans of Engels probeert te vertellen. Beide hebben bij hem geen enkel succes. Om opa gerust te stellen antwoord ik maar in het Duits. Het gaat me net zo eenvoudig af. Ook een paspoort met adelaar op de kaft ligt binnenkort klaar, lijkt me zo. Terwijl ik me inricht komt ook de volgende slaapgast binnen. Het is Uwe. León viel wat tegen en hij is daar maar een uurtje gebleven. Samen met Sandra overlegt hij wat we doen met het eten. Uwe weet hoe hij water moet koken. Ik kan een ei bakken. Wat Sandra kan wacht ik maar af. Samen doen zij de boodschappen en ik krijg de tijd mijn opnieuw veel te korte verhaal vast te leggen. Ze kennen mijn ritueel maar snappen er niks van. Ach, zo heeft iedere gek zijn gebrek. De volgende camino blijft mijn tablet thuis. Dat scheelt ook weer zo'n 2 kilo. Uwe gaat nog op zoek naar een extra matras om de balkondeuren te barrikaderen en zo komt de nacht hopenlijk toch nog goed. Smakelijk eten en buenos noches. ¡buen camino!

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!