Ook morgen schijnt de zon.

Er komt van alles voorbij.

Er komt van alles voorbij.

Na het schrijven van mijn blog zoek ik ergens een plek waar ze wifi hebben. Ik ga naar het cafeetje naast ons appartement. Mijn medewandelaars liggen dan nog even te rusten. Uit fatsoen bestel ik eerst mijn pintje, gevolgd door de vraag naar het password voor wifi. Helaas hebben ze wel wifi maar krijg ik geen password en dus ook geen contact met de buitenwereld. Nadat ik mijn pintje heb genuttigd ga ik snel op zoek naar de volgende bar. En ook hier herhaald het ritueel zich. La Arena blijkt een "badplaats" voor surfers, niet voor websurfers. Daar zitten ze niet op te wachten. Ik besluit het toch maar wat rustig aan te doen omdat ik in dit tempo in een uur onder tafel zak en waarschijnlijk mijn bed niet meer terug kan vinden. Terwijl ik op mijn gemakkie in de zon zit op een hippy-achtig terras raak ik aan de praat met een paar klanten. Ze blijken ook onderweg naar Santiago. Ze komen uit Australië en zijn in het bezit van ene Theo, ook een Nederlander dus.Theo kennen ze nog van vorig jaar maar hij is dit jaar pas aangesloten vanaf Bilbao. Op verzoek van de twee Aussies moet ik Theo uitleggen hoeveel O'Cebreiro's er de afgelopen dagen voorbij zijn gekomen. En natuurlijk ondersteun ik hun verhaal met "Minstens iedere dag één keer!!" We zitten helemaal op één lijn.

Ik vertel hen over mijn wandeling van vorig jaar. Ook zij delen hun ervaring van afgelopen jaar. Er wordt links en rechts wat overdreven en gelachen maar het kletst tenminste. Een van hen blijkt uit Brisbane te komen. Ik vertel hen van de geplande reis van Wilma en mij in september. Dan valt Australië ten prooi aan een bezoek van ons. En ik vertel hen van mijn ontmoeting afgelopen jaar van de moeder uit Brisbane, die werd vergezeld van 2 kinderen. Het was destijds een zeer bijzondere ontmoeting en denk er nog vaak aan. Ik zou het bijzonder vinden om haar nog eens te ontmoeten als ik in Australië ben. 2 minuten is voldoende, ik wil alleen weten of en hoe ze de tocht afgelopen jaar uit gelopen heeft. Niet meer dan dat want het zou mijn verhaal van afgelopen jaar compleet maken. De wandelaar uit Brisbane verteld me dat er meer dan 1 miljoen personen in Brisbane wonen en dat het nagenoeg onmogelijk zal zijn ze te vinden. En toch wil ik het proberen dus wie weet kan ik dat verhaal ooit afronden. 

Ineens zie ik Storm ons appartement verlaten. Ik was helaas mijn telefoon vergeten en ik kon niemand bereiken. Mjn wandelmaten wisten dus ook niet waar ik zat en ik rond het gesprek dus snel af. Storm is alleen en ik ontmoet hem in de eerste bar waar ik al ben geweest. We besluiten maar een pilsje te nemen in de zon. Het is genieten, het weer is perfect. Veel zon en met ruim 20 graden goed vol te houden. Even later komt ook Frits beneden en kunnen we gaan eten. Helaas naar de bar waar Storm in eerste instantie al meteen mot had met de eigenaar. Komisch want ik was erbij. Als er iemand een lomp varken was dan was het Storm zelf wel. Maar goed, we gaan weer naar dezelfde bar. Na wat vochtcompensaties bestellen we ons eten. Het is goed een Frits te hebben, de vertaling van de menukaart maakt namelijk veel duidelijk.

Terwijl we op ons eten wachten krijgen we van Storm ook zijn verhaal van de aanval van een hond. Terwijl de littekens als bewijs op tafel komen wordt het verhaal aangevuld met zijn niet te onderschatten heldendaad om de hond met één gerichtte karateklap (zijn begeleidende handbeweging dient als aanvullend bewijs) naar de eeuwige jachtvelden te helpen. Het is natuurlijk wel wat langer geleden maar toch, vlak hem niet uit! Ik ben zwaar onder de indruk . . .

Maar goed, na het eten kruipen we er maar weer eens in. Frits besluit beneden nog even een sigaret te gaan roken want hij wil toch ook echt stoppen. 

Ik slaap aan een stuk door en wordt na wat problemen op mijn werk om half acht wakker. Het moet echt niet gekker worden!

We kleden ons snel om, Frits is dan al klaar maar probeert zijn rugzak nog altijd geordend in te pakken. Deutsche Grundlichkeit! Maar hij blijkt achteraf jaloers op mijn systeem met gekleurde zakjes. Mocht iemand ooit geïnteresseerd zijn, ik leg het graag uit.

Na een bezoek aan de bar van het appartement en het genot van koffie en een croissantje kunnen we op weg, natuurlijk nadat we onze felbegeerde stempel voor het pelgrimspaspoort hebben gescoord.

Vanaf La Arena is het linksaf. Over het strand naar Pobeña. Even zijn we de weg kwijt maar een welwillende Spaanse vutter wijst ons op de goede weg. We moeten 150 traptreden omhoog om weer op de juiste weg te komen. Het blijken er achteraf slechts 120, een meevallertje. Vanaf daar volgt er een onvoorspelbare mooie route langs de kust. Het weer is geweldig en de temperatuur stijgt al snel. Ik kijk uit over zee, een prachtig gezicht. Achter me de kust die we al gepasseerd zijn. Op zee liggen schepen te wachten om (denk ik) Bilbao in te mogen varen.

Langs de route staan informatieborden met uitleg over de omgeving. Zo staat er een bord met informatie over de schelpenwinning en takelconstructies langs de kust. "Gaat zeker over mijnbouw in de regio?" is Storm zijn enige opmerking, terwijl hij het bord in vogelvlucht bekijkt. Ik leg hem uit waar het werkelijk over gaat maar echt interssant zal het voor hem wel niet zijn. Even later staat er een infobord over het onderwaterleven, hetgeen me dan toch zeker intereseerd. "Hetzelfde als in Nederland!" is vervolgens Storm zijn opmerking zonder ook maar 10 seconden op het bord gekeken te hebben. "Inderdaad" zeg ik, bij ons sterft het ook van de inktvissen, denk ik dan. Hij ziet maar.

Maar de omgeving maakt zoveel goed, het is geweldig! Prachtig uitzicht. Op zee ligt ook al lange tijd een in mijn ogen grote en schandalig roze boot. In mijn ogen dus, want over kleuren ga ik niet in discussie. Hij zal wel iets van oranje of zo geweest zijn, kijk de foto's maar.

Er blijkt een grote zoekactie gaande. Veel guardia civil, een boot van de kustwacht, een helikopter en diverse kleine bootjes. Wat er gebeurd is weet ik niet en kom er misschien ook nooit meer achter. Maar het gebeuren volgt me diverse uren langs de kustlijn. 

Ik loop uiteindelijk weer alleen. Frits heeft al snel zijn jas uit gedaan. Op dat moment wel lekker, totdat we een bocht om gaan en we de wind recht vanachter krijgen. Ik houd hem dus voorlopig nog even aan.

Na 3 uur bereik ik als eerste Castro -Urdiales en besluit een cafeetje op te zoeken, in afwachting van mijn medewandelaars. Die hoor of zie ik niets meer en na 45 minuten besluit ik maar weer op pad te gaan. Even later krijg ik telefoon van Storm. Ze zijn ook al in Castro gearriveerd en zitten op een terrasje. Onderweg naar hun rustplek krijg ik de gelegenheid om eindelijk! eens wat postzegels te kopen. Vanwege de vakantiedagen bleek dit de afgelopen week een serieus probleem. Even later tref ik beide op de boulevard en kunnen we weer op weg naar ons doel van vandaag: Islares.

We zijn de grote stad snel uit en ik vergeet nu gegarandeerd veel zaken. Oh ja, we komen bijvoorbeeld langs een stierenvechtarena en Frits verteld over de kosten en de indeling ervan. "Sol" zijn de goedkope plaatsen, "Sombre" de duurdere. Dit vanwege het feit dat je in de zon of in de schaduw komt te zitten. Kijk, dat is nou informatie waar je wat aan hebt.

Maar goed, de tocht verloopt voorspoedig en Frits heeft al een paar keer laten doorschemeren dat ie graag door loopt naar Nocina. Mij maakt het niet veel uit, Storm ziet het echter niet meer zo zitten, zijn voeten willen niet meer. Uiteindelijk lopen we dus eerst maar naar Islares. Daar vinden we de herberg snel. Er wachten al 2 pelgrims. Frits en ik zijn de volgende. Er is verder geen uitbater te vinden. De sleutel staat op de deur en er ligt ook al een slaapzak op een van de bedden. Verder geen kip te bekennen.

Na wat wachten arriveert ook Storm. De schoenen gaan uit en er zit weinig puf meer in. We leggen de situatie uit en besluiten te wachten op wat komen gaat maar hebben al besloten na een rustpauze door te lopen naar Nocina, nog een uurtje dan. Even later arriveert herbergpapa met een uitermate middenafrikaans uiterlijk en nieuw trainigspak. Big smile op zijn gezicht. En Frits legt herbergbaas zijn plan uit. Geen probleem, de rest kan blijven, wij nemen afscheid en gaan op pad naar het volgende gat. Even later gevolgd door Storm.

En ook Nocina bereiken we na al te weinig problemen. Frits gaat binnen de situatie beoordelen maar komt met het eigenlijk al te voorspellen voorstel; door naar het volgende gat. Hij heeft er duidelijk zin in vandaag! Ik ook wel hoewel het zoetjesaan ook wel lekker zou zijn mijn voetjes omhoog te kunnen gooien. Daarnaast is Storm nog onderweg en we kunnen die niet onbeheerd achterlaten. Ik bel hem op en vertel ons voorstel. Maar zijn besluit is duidelijk, geen stap verder. Storm sneuvelt . . . Zeer vervelend.

Met Frits ga ik op stap naar het volgende gat; Hazas, gemeente Liendo. En na 38 kilometer bereiken we om kwart voor vijf Hazas centrum. Een gehucht met 75 inwoners, 53 kippen, 6 geiten, 2 ezels en 18 koeien. Oh ja, ze hebben hier ook auto's. Een stuk of 8.

Maar gekukkig ook een herberg en zelfs 2 kroegen. Zoals verwacht naast de kerk. Er zijn al 2 duitse dames en die hebben de sleutel van het zeker niet slechte onderkomen. Verder is er niemand en we zoeken dus maar een bed. Daarna even douchen en even later komt herbergier polshoogte nemen wie er ondertussen weer gearriveerd is.

Het is allemaal geen enkel probleem en na de douche schrijven we ons in. Vervolgens zoeken we de eerste kroeg maar eens op maar daar blijken we niet te kunnen eten. "Dass kleine bisschen das wir müssen essen können wir auch trinken" merkt mijn duitse maat op. Tja, dat is ook weer zoiets om over na te denken. Maar op het pleintje verderop kunnen we wel wat te eten krijgen en nadat we de menukaart hebben bestudeerd vraagt de plaatselijke uitbater of we wellicht pelgrims zijn. Hij heeft dan namelijk een pelgrimsmenu tegen het gebruikelijke tarief van €10,= En zoals iedereen nu zo onderhand hoort te weten zijn dit 3 gangen warme hap, met stokbrood en een fles wijn. Absoluut niets mis mee dus.

Het gaat erin als koek. Van Storm hebben we tot op dit moment nog niks vernomen.

Morgen nog maar eens een strakke dag en op weg naar Güemes. Van Frits heb ik vanavond al afscheid genomen want Santander komt binnen handbereik. Daarna zie ik hem waarschijnlijk nooit meer maar zijn uitspraak zal ik niet vergeten.

¡Buen Camino!

Reacties

Reacties

Hans

ik heb er zin an ,zeker na de mooie spreuk,
"Dass kleine bisschen das wir müssen essen können wir auch trinken"
Tot snel.

Ragnhild

Heerlijk dat vloeibaar eten. Fijn dat Storm ook is gaan liggen. Morgen begint dan het gezellige werk als de maten erbij zijn. Voor nu fijne avond en geniet ervan.

Marian Lijs

He Simon, een heerlijk moment van de dag... na een drukke werkdag met mijn bord eten op de bank, jou reisverslag lezen.
Echt respect voor jou reis.. ik keek net op mijn telefoon en ben al blij dat mijn stappenteller vandaag aangeeft dat ik bijna mijn stappendoel bereikt heb : maar liefst 5266 stappen vandaag... (niet slecht voor een ambtenaar) haha maar een schijntje bij wat jij per dag aflegt! top x
ps Ik blijf me afvragen wat Wilma haar doel is... :)

Uwe

Hallo Simon, du bist ja wieder unterwegs . Klasse ! Wünsche dir einen schönen Weg !

¡buen camino!

Gruß Uwe aus Deutschland
Wir waren letztes Jahr im Mai zusammen auf dem Camino ;-) .

Mieke

Je loopt sneller dan ik lees maar ben inmiddels bij! Op naar Santander...buen camino!

Fried

Ha, siem lekker op de bank...een paar dagen uistellen, nee... Eerst eten en dan... Ervoor gaan zitten....heeeerlijk lekker acher elkaar een paar verhalen lezen.... Dus toch echt een hoofdstuk uit een boek zal ik maar zeggen. Genieten weer geblazen.ben benieuwd naar je ontmoeting met Hans... Nog even.. Ik knap weer goed op na behandeling en de 21e pas weer.. Mooi dus...loop weer met je mee... Groetjes Fried

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!