Ook morgen schijnt de zon.

Hoe doet ze dat toch ???

Het is zondagmorgen 06.44 u. En mijn telefoon gaat. Ik spring uit bed, zoek de telefoon en er is niemand. Ik bel terug en krijg een of andere voicemail. Verder niks. Ik kruip weer in bed en even later horen we een auto. 

Geloof het maar, hill-billy himself staat achter ons met de nieuwe camper. De camping baas heeft ie uit bed gebeld en die heeft hem naar ons verwezen, we hadden hem namelijk al gewaarschuwd. 


Maar goed, we hebben een andere camper en de spullen worden in rap tempo omgeruild zodat opa weer rechtsomkeert kan maken. De campingburen hebben we ondertussen ook wakker gekregen want die worden natuurlijk wakker van het lawaai. Opa is namelijk erg blij ons (zonder juiste kaart of Tom Tom) te hebben gevonden en mensen te zien. Op zich overigens helemaal niet zo’n bijzondere prestatie als je weet hoe het simplistische wegennet in elkaar zit. Maar hij blijkt ook nog eens nog nooit ver van huis te zijn geweest. Hij heeft een dag lang met niemand kunnen praten. De mooiste opmerking is dan toch wel als ie aan Monique verteld dat hij hier naar toe wilde rijden maar zijn baas gezegd zou hebben dat ie maar rechtsomkeert naar huis moest maken. Volgens mij was dat toch écht zijn eigen standvastige opmerking gisteren aan de telefoon. Zoek het maar uit opa.

De campers worden allebei nog even afgetankt en opa kan weer vertrekken. Als ie een beetje door rijdt en een goede landkaart koopt is ie nog mooi voor de kiwisoep, frites met gebraden kiwi en kiwitaart thuis.

We kunnen dus weer vol gas rijden, zonder gejank vanuit de achterkamer. Het weer is net zo beroerd als gisteren, veel gemiezer dat wordt afgewisseld met regen. De zon laat zich alleen voor enkele keer voor slechts korte periodes zien. En dat maakt de jacht op ons eerste doel van vandaag er niet eenvoudiger op. Hoewel. Een vulkaan kun je toch niet missen. En zeker eentje van ruim 2500 meter hoog niet. Daarbij ook nog eens een met een perfecte vorm. Want daar heb ik het hier over geachte lezer; de Taranaki vulkaan, jawel. Voorheen ook wel Mount Egmont genoemd, begint er al een lampje te branden? Waarschijnlijk niet. Maar goed, wij dus vol goede moed linksom rond de vulkaan onze route bepaald. En maar kijken en kijken, dat kreng moet toch te zien zijn? Kilometers lang rijden, links de zee, rechts de vulkaan, wel een zee te zien maar een vulkaan, ho maar. Er is even beraad op hoog niveau want de mogelijkheden zijn nog niet uitgeput. En we besluiten verder naar het noorden te rijden en dan af te slaan richting een meer en de krater. Mogelijk klaart het ondertussen op en komt de uitgebluste vuurspuwer alsnog in beeld. Weer verder, een keertje rechtsaf, wat paden in om uiteindelijk via een prachtig bospad bij een parkeerplaats uit te komen. Er is een wandelroute van 10 minuten naar een uitzichtspunt over het meer. Halverwege ook nog een hangbrug, wat wil je nog meer? Dus, de wandelschoenen onder gebonden, regenjas aan, waterdicht fototoestel mee en we kunnen op expeditie.

Het mag gezegd, een mooie wandeling door een prachtig bos. De ideale locatie voor bomen, geachte collega’s in Vught. Via paden die je alleen in een Indiana Jones film tegen komt komen we bij de hangbrug. Maximaal 2 personen, tegelijk staat er op het bord. Het ding ziet er veel degelijker uit en ik begrijp het eerst ook niet. Monique begint aan de overtocht en ik volg haar kort op de voet. Bijna in het midden gekomen snap ik het bord, de brug hangt dan zover door dat droge voeten met gewone schoenen niet mogelijk is. En dan komt het kind in me boven, er moet gesopt worden! Effe goed door de knieën en rap weer omhoog. En dat nog een paar keer dus. En mijn voorganger die geen idee heeft wie er achter haar loopt roept dan ineens; “Steenbakkers, dat hoeft niet hé!” Ach, ze heeft het overleeft en wij hadden alle drie lol. We vervolgen onze tocht en worden zowaar nog op een tweede hangbrug getrakteerd.  Zelfde bord erbij maar het riviertje eronder ligt veel te diep om natte voeten te kunnen krijgen. Vreemd. Maar Monique waagt geen tweede oversteek met mij. Wil en ik gaan dus na de dames en komen er in het midden achter dat je met deze niet hoeft te wippen maar dat je ermee kunt schommelen. Ook geinig. Als het niet te hoog is heb ik best wel lef. Na dit tweede obstakel weer verder en het pad verandert van redelijk naar redelijk onbegaanbaar. Eerst waren er nog keurige trappen, nu alleen nog boomwortels. Wil maakt de terechte opmerking; ”Toch knap dat ze die wortels in de vorm van een trap kunnen laten groeien” Het is een aardige klautertocht en we bereiken de uitzichtsplek . Prachtig uitzicht over het meer en we hebben er dan ook magnifieke foto’s gemaakt met de vulkaan op de achtergrond, waarna we weer terug kunnen. Zelfde tocht, alleen meer neerslag.

Na het bezoek aan de vulkaan wordt het minder interessant.  Er zijn geen speciale dingen meer die we moeten bekijken dus we willen op weg naar onze volgende camperplaats. Net voor we willen aanrijden gaat de telefoon, het is Apollo. Opnieuw een alleraardigste mevrouw aan de lijn om te vragen of ik nog met de auto kan rijden. Ze is net begonnen en heeft de melding van de dag ervoor gelezen, ze is benieuwd hoe het er voor staat. Ik leg uit dat de auto ’s-morgens om 06.45 u. is geruild en dat alles dik in orde is. Ze is opgelucht. Waarschijnlijk is er de hele ochtend spoedberaad geweest bij Apollo wie die vriendelijke man uit Nederland terug moest bellen en zij had verloren. Maar ze is blij dat het goed gaat en er volgen volop excuses en begrip.  En met zoveel begrip voor de situatie komen we op het volgende punt dat de aandacht verdient, hoe denken jullie dit oooooooooooooit te compenseren. Wat is er mogelijk om dit leed te verzachten. Moet ik Moskovitz bellen of komt er nog een leuke tegoedbon voor een volgende vakantie? 

De schat! Ze blijft aardig, zelfs met mij aan de telefoon. Hoe doen ze dat toch? Ze komt zelf met een voorstel. De overlast is op 5 oktober begonnen, het is nu 8 oktober. Ze wil 4 dagen compenseren. Tja, en dan ben ik uit gepraat hé. Beetje het gras voor mijn voeten weg maaien hé. Zo gaat de lol eraf. Maar gelukkig heb ik toch nog een laatste troef achter de hand, we zijn namelijk met twéé campers schatje! Wat ga je daarmee doen? En opnieuw moet ik mijn meerdere erkennen, ook die wordt voor 4 dagen gecompenseerd. Ze heeft me in de hoek en hiermee knock out gekregen. Tien tellen later bedank ik haar. 

We kunnen weer op weg. We moeten nog ruim 200 kilometer. Maar eerst even een bord hartige butter chicken  soep of zoiets (gevolgd door creamy tomato soup, de voorraadkast moet namelijk  leeg) En na het nuttigen van deze klassieke inheemse gerechten besluit om bij terugkomst toch maar eens contact op te nemen met de Nieuw Zeelandse ambassade. Soep eet je met een lepel en niet met mes en vork, stelletje . . .

De rest verloopt vlot, het is uiteindelijk ook zondag en ook hier wordt er dan niet veel gedaan. Is het door de week al niet druk op de weg, op zondag  is er nog minder verkeer. De omgeving is geweldig mooi, maar even plotseling weer saai en plat . We rijden door een gebied waar de Hobbit is opgenomen en dat is ook te zien. Wilma herkent het zelfs voordat we de borden tegen komen en dat vind ik knap.

Kortom. Nog een dag naar het noorden en op dinsdag de camper inleveren. Maar in dit land kan morgen alles weer anders zijn. Het wordt zeker weer een bijzondere dag.

Till next time.


Reacties

Reacties

Ton

Leuk verhaal. Ik snap dat jouw diplomatieke gaven maar deels gewaardeerd worden. Ik denk dat deze mevrouw met vlag en wimpele geslaagd is voor het examen "klantservice". Volgende kandidaat is Trump.
Geniet nog lekker van je laatste week; dan proberen we hier intussen die waterkraan van boven stil te krijgen zodat je een fatsoenlijke thuiskomst krijgt.

moeder

arme appollo juffrouw. mijn zondag is weer helemaal goed,na je tel. en deze verhalen.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!