Ook morgen schijnt de zon.

Het moet niet gekker worden.

We hebben een leuke camperplaats langs State Highway 1. We staan in het begin nog alleen. De eigenaar is nog aanwezig maar indien hij er niet is kun je hem bellen. Alles gaat op goed vertrouwen. En even een verzoek om de pony niet te voeren, die heeft écht geen honger, het varken mag wél gevoerd worden. De pony wordt gevonden, het varken laat zich niet zien. Later op de avond volgt er nog een busje met 3 backpackers.  2 jongens en een chickie.  Opeen gepakt in hun jucy camper. Zijn wij effe blij met ons riante onderkomen.

Na de plensbuien van gisteren schijnt vandaag de zon gelukkig weer als we op staan. Het uitzicht is om van te genieten. We kijken tegen een “berg” aan en de bovenkant is nog niet te zien vanwege de mist. En die verdwijnt razendsnel. De berg blijkt dan ineens geen berg maar een heuvel. Rondom de camper lopen een soort van beesten, een kruising tussen kippen, fazanten, kalkoenen en een blauwe vinvis. Als de backpackers naast ons ontwaken zijn ze in razendsnel tempo ook weer verdwenen. Niks geen ontbijtje of zo. We staan weer alleen in een mooie omgeving, volop zo’n en het beloofd een mooie dag te worden.

We vertrekken en het is opnieuw een mooie omgeving, heuvelachtig met bomen maar ook veel glooiende weilanden met prachtig teletubby gras (groen en strak gemaaid?) Op wat vlakker stukken staan er koeien in de wei. Eigenlijk alleen maar zwarte koeien. Slechts een enkele roodbonte koe en die staan dan apart of in een hoekje zich te schamen vanwege moeders escapades. Verder staan er wat schapen (hoe zo is Nieuw Zeeland bekend van de schapen?) en wat lama’s.

We moeten nog zo’n 200 kilometer naar Wellington en er is onderweg niet veel bijzonders te bekijken. Toch gaat Wil (onze chef de equipe) ergens rechtsaf en slingert door wat straten op zoek naar iets. En zo staan we in Foxton ineens oog in oog met een molen. Een heuse levensgrote Nederlandse molen. Met daarnaast een oranje! eettentje. Wat een partij kitsch bij elkaar!!! Maar goed, het is bijzonder en dus geschikt voor een bezoekje. In de molen verkopen ze Nederlandse spullen; drop, gevulde koeken, stroopwafels, Melba toast, ontbijtkoek, kroketten, beschuiten. You name it, they got it. Maar ook snoep dat we alleen nog van vroeger kennen (jawel, ik wordt oud), van die zoute wiebertjes (weet ik veel hoe die heten) in een zakje,  of salmiak (zwart-wit) in een potje om je vinger in te dippen. Het is wel lachen. Ik vraag aan de jonge dame aan de balie vanwaar dit misplaatste schepsel in Foxton ,  of all places. Nou, Jan Langen uit Apeldoorn (wie kent hem niet? Wij dus) vertrok in 1950 naar Nieuw Zeeland om zijn geluk te zoeken. Jan, of zoals bij de inheemse bevolking beter bekende John, wilde na zijn carrière in dit gat iets voor de bevolking terug doen en wat toerisme aantrekken. En of de duvel ermee speelt, wij staan er dus. Het is ‘m gelukt, John from Epeldôrn. Wat een ondernemersgeest, een emigrant waardig. Alle inkomsten uit de verkoop van de winkel en de eettent gaat in de opzet van dit Nederlandse “pretpark” Let wel, een (prefab) molen met aerodynamische wieken.

Na wat inkopen gedaan te hebben, drop voor onderweg en zo, is het tijd om de eettent te bezoeken. Er staan oude blikken Hofnar en Willem II sigaren. Maar ook blikken met de afbeelding van onze koning en koningin. Ik moet mijn tranen bedwingen en na wat overleg besluiten we maar om niet het Wilhelmus te gaan zingen, of rappen zoals Wilma meestal doet. Ook de menukaart heeft veel Nederlandse gerechten. En het moet niet gekker worden. Zelfs een broodje frikandel  speciaal staat op het menu. En héél even overweeg ik het kreng te bestellen. Maar nee! Het is te vroeg en daarbij, we zijn in Nieuw Zeeland. Dus bij de koffie bestellen we een stuk apple tart. En die smaakt nog best goed. “Best goed” voor alle duidelijkheid, niet zo goed als bij mijn moeder thuis!

Na het bezoek aan ons stukje vaderland kunnen we weer verder op weg naar het zuiden. Het verloopt snel. Mijn Tom Tom raakt op een groot stuk in de war want er blijkt een nieuw stukje “snelweg” te liggen. Oh ja, effe vertellen, stel je niet te veel voor van de hoofdwegen, de state highways. Da’s niet meer dan de weg naar Cromvoirt maar dan met asfalt, maar soms met de nodige gaten. En vrachtwagens mogen er 100 km/u En dat doen ze dan ook.

We komen net na de middag aan in Wellington. Nadat we de campers hebben geparkeerd gaan we op zoek naar de plek waar we de overtocht moeten betalen. Blijkt net zo duur als de overtocht naar Terschelling zeg Wil. Nou was ik nog nooit op Terschelling geweest maar weet nu wel dat ik daar ook nooit meer zal komen. We kunnen nog mee en zo gaan we al een dag eerder naar het zuider eiland.  Dus wie op mijn verjaardag wil komen, we zitten in Picton ,  jullie zijn van harte welkom.

Till next time.


Reacties

Reacties

Marian

Nou Simon
We zullen het gebak tegoed houden denk ik. Maar wat lijkt het me leuk als jou rappende Wilma het happy birthday voor jou zingt..
Alvast een fijne verjaardag! Ik had willen komen maar ik moet zondag in Biddinghuizen wat mud Masters aan gaan moedigen.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!